De eerste aanzet tot wat later de Sint-Jozefsfanfare van Kleine-Brogel zou worden, ligt nog in volle oorlogstijd,
namelijk 1943. Bij Koster Paul Lehaen kwamen de gebroeders Pieter en Leon Dreesen samen en speelden er louter voor hun
plezier in een klein orkestje. Na korte tijd werd het bandje aangevuld met Nol Swinnen en Jef Cuyvers van het Herent,
Antoine Palmans en kantonnier Hubert Eerlings. Deze laatste, een prima tuba-speler, was de dirigent en al vlug trad het
orkestje op bij de opluistering van toneelvoorstellingen enz.
Tijdens de bevrijding kwamen de geallieerden het slagwerk lenen, doch vergaten het gewild of ongewild terug te brengen.
Zulke tegenslagen ten spijt werd het orkest toch nog
succesvol en Hubert Lenders kreeg het idee om alles wat grootser aan te pakken. Hij stapte naar burgemeester Jozef Voets
met het voorstel om een dorpsfanfare op te richten. Deze was niet meteen enthousiast, maar wanneer de toenmalige oppositie
aanstalte maakte om zich voor de kar te spannen, besloot burgemeester Voets het initiatief in handen te nemen en de
oprichting van een nieuwe fanfare te realiseren. Op 8 januari 1947 werd een eerste bestuur gekozen :

Jozef Voets, burgemeester en erevoorzitter; Jozef Van Gael, pastoor en voorzitter; Alfons Meus, schoolhoofd en secretaris;
Hubert Lenders, eigenaar en schatbewaarder; Jozef Cuyvers, onderwijzer en bestuurslid; Hubert Eerlings, kantonnier,
bestuurslid en dirigent; Paul Lehaen, koster, kleermaker en bestuurslid; Albert Simons, schrijnwerker en bestuurslid;
Henri Palmans, handelaar en bestuurslid; Lambertus Vanderhoydonc, zaakvoerder en bestuurslid; Hein Janssen, mijnwerker
en bestuurslid.
De fanfare was wel opgericht, maar instrumenten waren er nog niet. Burgemeester Voets, erevoorzitter,
paste hier een mouw aan en kocht op 19 maart 1947 negen muziekinstrumenten voor de som van 29.910 oude Belgische franken
bij de firma Melchior Devries in Lier. Ook Henri Palmans schonk dezelfde dag een tuba, gekocht bij dezelfde firma.Op
29 maart 1947 ging de eerste repetitie door onder leiding van Hubert Eerlings. Om beroepsredenen verhuisde de heer Eerlings
naar Lembeek en hij werd op 12 juli 1947 opgevolgd door Henri Deckers, koster te Eksel.
Dat men in Kleine-Brogel muzikaal begaafd was, bewijst het feit dat de nieuwbakken fanfare, die de naam Sint-Jozefsfanfare
had gekregen, reeds op 15 augustus 1947 tijdens de processie voor de eerste maal op straat kwam. Zij speelden toen de
bekende en zeer mooie processiemars Ave Verum.De eerste grote wereldlijke uitstap, of het echte werk, begon echter op
kermisdag 29 september 1947. Alle vier de Brogelse herbergen werden bezocht en de klanken van hun eerste mars Boduognat
schetterden door de straten van Kleine-Brogel.
Op 30 mei 1947 schonk burgemeester Voets een splinternieuwe vlag, geborduurd door de Eerwaarde Zusters Philippus Neri te
Kleine-Brogel. Op 29 mei 1949 kregen de muzikanten als eerste stuk van hun uniform, een groene kepie.Bij dit alles bleef
het echter niet, want burgemeester Voets liet op zijn grond en wel voor de Sint-Jozefszaal een kiosk bouwen,
die op 11 september 1949 werd ingehuldigd.
In 1954 nam de nog jonge Sint-Jozefsfanfare voor de eerste maal deel aan een muziekwedstrijd te Vechmaal en ze behaalde
prompt een eerste prijs in de vierde afdeling. Ook in dat jaar, op 26 januari, overleed de heer Hubert Lenders,
één van de pioniers en bezielers van de fanfare in zijn beginjaren. Intussen was de fanfare uitgegroeid tot een vereniging
met 36 spelende leden. Dirigent Henri Deckers bleef de fanfare leiden tot in 1958. Van dan af werd Jan Stevens van Hamont
aangetrokken om de dirigeerstok te hanteren. Jan Stevens werkte samen met Leo Jacobs, die het veldwerk deed en insprong als
Jan Stevens bezet was. In die tijd werden reeds de eerste lessen notenleer gegeven door Leo Jacobs. Na enkele maanden
notenleer kregen de leerlingen een muziekinstrument en na nog een paar maanden speelde de leerling mee in de fanfare.
Zeker vermeldenswaard in deze periode is de deelname van de Sint-Jozefsfanfare aan het muziekconcours te Wageningen in
Nederland. Onder leiding van Jan Stevens behaalde de fanfare 90 % van de punten met lof van de jury. Deze periode
Stevens-Jacobs duurde tot in het jaar 1963. Dan werd een nieuwe dirigent, de heer Gerard Maenen benoemd en op 19 mei werd
deelgenomen aan het kantonnaal muziekfestival te Hechtel. Men nam deel in derde afdeling.
In deze periode ontstond eigenlijk de huidige drumband, een achttal jonge mannen sloegen, los van de fanfare, de trom,
zes kleine trommels en twee tenoren.
Op vrijdag 22 april 1966 zegt de heer Wim Stinckens schriftelijk toe om de fanfare
van Kleine-Brogel te dirigeren. Het zou een mooie periode worden.
Nieuwe uniformen (in totaal 53) worden geschonken door
burgemeester Voets, wat hem in totaal 136.475 frank kostte.De jaarlijkse vieringen van de verjaardag van erevoorzitter
Jozef Voets zijn ook steeds weer gebeurtenissen geweest waarvan de toenmalige leden nu nog spreken. Elk jaar gaf de
Sint-Jozefsfanfare een serenade in de tuin van burgemeester Voets. Elk jaar weer vloeide de wijn rijkelijk en werd de hele
fanfare getrakteerd tot in de late avond, soms zelfs tot in de vroege morgen. Gelukkig was er toen nog niet zoveel verkeer
en was de wodka-actie nog onbekend. Het verhaal doet nog altijd de ronde dat tegen het einde van zoˇn feestavond,
een kepie van een muzikant eenzaam boven op het kabbelende water dreef van het vijvertje dat de voortuin van burgemeester
Voets sierde. Het ergst werd gevreesd, doch na lang baggeren werd de vermiste feestvierder in de struiken gevonden.
Steeds werd er voor gezorgd dat de concerten in de tuin van de burgemeester, hem aangenaam in de oren klonken.
Zo werd bij de viering van zijn 91ste verjaardag volgend programma gebracht onder de kundige leiding van Wim Stinckens :
Marching through Georgia van Miller, Symfonietta van Marcel De Boeck, Purcellian Suite van Frank Wright, Burgemeester
Voets-mars van Wim Stinckens, De Lustige Weduwe van Frans Lehar,
Kempenland van Armand Preudˇhomme, en om te eindigen De Vlaamse Leeuw en de Brabançonne.
Op zondag 25 augustus 1968 nam de fanfare deel een het 70ste bestendig muziekfestival van de stad Antwerpen in het stadspark.
Ook deze uitstap staat nog in het geheugen gegrift van de deelnemers. Na een jaar voor ons trommelkorps te hebben gestaan
zou Guillaume Geuns van 1970 tot 1979 ook de fanfare dirigeren.
Eind 1979 werd, na een beslissing van de algemene vergadering, een nieuwe dirigent voor de fanfare aangesteld. De keuze viel
op de heer Felix Ceunen van Heusden. Op 8 januari 1980 zwaait hij voor de eerste maal met de dirigeerstok in dienst van de
Sint-Jozefsfanfare. De muzikanten vonden het een goede keuze en weer een volgend tijdperk was aangebroken. In 1980 werd tevens een
voorname beslissing genomen op voorstel van dirigent Ceunen om met een muziekschool te starten. Enkele jaren later diende
dirigent Felix Ceunen om gezondheidsredenen zijn ontslag in. Voor vele muzikanten was dit een moeilijk moment, temeer daar wij
voor een zware opdracht stonden. Immers de fanfare was op een uitnodiging ingegaan, om enkele concerten te geven in Cegléd Hongarije.

In 2009 besliste Hubert het wat kalmer aan te doen en gaf hij het dirigeerstokje door aan zijn zoon Gunther.
Hubert is momenteel nog actief in onze muziekschool. Gunther Kerkhofs is vastberaden op weg in de voetsporen van zijn vader.